Marga van Praag vertelt in Oorlog is erfelijk welke impact de Tweede Wereldoorlog had op haar Joodse ouders. En op haar eigen leven. ‘Ik wilde de angst van mijn ouders niet doorgeven aan onze zoon.’
“Omdat het weer overal oorlog is en dat moet stoppen. Laatst zag ik op het nieuws een item over een meisje uit Oekraïne dat met een groepje kinderen naar de Veluwe was gehaald. Verbaasd zei ze: ‘Hé, ik hoor vogels fluiten.’ Normaal hoorde ze drones en leefde ze in angst. Zoiets blijft in mijn hoofd zitten. Duizenden kinderen op de wereld worden geconfronteerd met dood, geweld en oorlog; dat mag niet! Ik ben me daar door de geschiedenis van mijn ouders enorm van bewust.”
“Mijn vader Meijer ‘Max’ van Praag was een bekende zanger, mijn moeder Sara ‘Sari’ Hornemann was gymnastieklerares. Ze leerden elkaar in Amsterdam kennen bij een Joodse vereniging die zich ontfermde over arme kinderen in de Jodenbuurt. Ook zaten ze samen in een succesvol Joods amateurcabaretgezelschap. Om bij elkaar te kunnen blijven, besloten ze in april 1941 te trouwen. Joden mochten steeds minder en de Duitsers waren toen al mensen aan het wegvoeren. De trouwambtenaar probeerde hen te redden en zei: ‘Ah, een Arisch echtpaar!’ Zo hoefde hij geen ‘J’ in hun trouwboekje te zetten. Maar mijn vader antwoordde: ‘Nee, we zijn Joods!’ Tot twee keer toe. Hij begreep de opzet van de trouwambtenaar niet. Zo stom. Nu kwam er toch een ‘J’ in hun trouwboekje. Ik heb nog foto’s van hun bruiloft. Beide families waren daarbij aanwezig, wel zestig mensen. Meer dan de helft is vergast.”
“Ze konden onderduiken in Boskoop, waar opa Hornemann ooit slager was geweest. De nieuwe eigenaar – hun voormalige hulp met de geweldige achternaam Bontekoe – zat in het verzet. Toen steeds meer Joden een oproep kregen voor deportatie, heeft mijn opa Bontekoe benaderd. Die regelde onderduikadressen voor mijn hele familie. Mijn ouders kwamen terecht op een bovenkamertje bij het gezin Ravehorst. Die mensen waren zo goed voor ze. Het weinige eten dat ze hadden, deelden ze. Op een dag stonden de Duitsers voor de deur. Hun zoontje Gerrit kwam net de trap af met de lege borden van mijn ouders. Snel zette hij die bovenaan de trap terug en kwam naar beneden alsof er niets aan de hand was. Als de Duitsers die borden hadden gezien, hadden ze ongetwijfeld argwaan gekregen. Mijn ouders waren dat gezin zo dankbaar.”