Gerrit Jan Wolffensperger
Informatief
28 april 2026
Fotocredit: Berry van Galen

Gerrit Jan Wolffensperger: ‘Mijn vader was een mythe’

Oud-D66-politicus Gerrit Jan Wolffensperger (81) is de zoon van een gefusilleerde verzetsstrijder. In Oorlog is erfelijk vertelt hij over zijn vader die hij nooit heeft gekend, maar wel heeft gemist in zijn leven.

“Ik wil graag iets zeggen voor we aan het interview beginnen”, zegt Gerrit Jan Wolffensperger in zijn Amsterdamse werkkamer. “Mijn verhaal klinkt misschien nogal verdrietig. En het laatste wat ik wil, is dat de mensen de indruk eraan overhouden dat ik zielig of verdrietig ben. Ik heb een heel mooi leven gehad. Veel leuke, spannende dingen gedaan. Ik heb gefotografeerd en gedoceerd aan de universiteit, ben voor D66 wethouder, Tweede Kamerlid en fractievoorzitter geweest en daarna bestuursvoorzitter van de publieke omroep. Het is een carrière waar ik trots op kan zijn.”

Waarom vertelt u dat verdrietige verhaal in ‘Oorlog is erfelijk’?

“Oorlog is iets vreselijks dat nog in vier, vijf, misschien wel zes generaties doorklinkt. Die boodschap moet verteld blijven worden. Dus ik dacht: dat kan ik ook.”

Wolffenspergers verhaal gaat over een vader die hij ‘nooit heeft gekend, nooit heeft gezien en nooit heeft aangeraakt’, zoals hij het zelf ooit mooi verwoordde in een documentaire. Een man naar wie straten en scholen zijn vernoemd: de Amsterdamse kunstenaar en verzetsman Gerrit Jan van der Veen (1902-1944). Hij wilde in mei 1944 met zijn verzetsgroep gevangenen bevrijden uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Het mislukte. Zwaargewond wist Van der Veen te ontkomen, maar hij werd twee weken later alsnog door de Duitsers opgepakt en op 10 juni 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd. Van der Veen was getrouwd en had twee dochters, maar hij had al lang voor de oorlog ook een vriendin, Guusje Rübsaam, die met hem samen in het verzet ging en bij wie hij een kind verwekte. Dat kind was Gerrit Jan, hij werd twee maanden na de executie geboren. Over zijn vader sprak zijn moeder nauwelijks. Toen hij zes was toonde ze hem een foto van Van der Veen en zei: “Dit is je vader.”

Wat voelde u toen?

“De foto staat zo lang als ik me kan herinneren op mijn bureau. Aan dat moment en de emotie erbij heb ik geen herinneringen. Ik wist wel dat die foto iets dierbaars was, iets wat ik moest koesteren. Maar die vader was een mythe. Mijn moeder stortte zich na 1945 op haar werk. Ze werd een gerespecteerd psychiater en was veel weg. Daarom ben ik grotendeels door mijn grootmoeder opgevoed. Pas toen ze op mijn tiende trouwde met Willem Wolffensperger – die overigens ook dapper was geweest in de oorlog – ontstond er een gezin. Samen kregen ze nog twee kinderen. Hij heeft in mijn leven de rol van vader vervuld en veel voor mij gedaan. Mijn moeder begon een nieuw leven. In een nieuw leven praat je niet de hele tijd over je eerste heldhaftige man.”

Het hele artikel leest u in KRO Magazine 18. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Bram de Graaf

Back to top