Leo Fijen was tot eind 2019 hoofdredacteur Levensbeschouwing bij KRO-NCRV. Daarna is hij deels met pensioen gegaan en zal hij als presentator aanblijven en adviezen geven aan de directie op het gebied van levensbeschouwing. In KRO Magazine schrijft hij wekelijks een column over zaken die hem opvallen of bezighouden.
Nog geen jaar geleden voelde ik me de koning te rijk. De jongens die ik al vijf jaar mag trainen en begeleiden, stegen boven zichzelf uit en werden kampioen. Het was groot feest, bij de spelers, de ouders, de grootouders en in mijn hart. Ik heb zo intens van dat moment genoten, omdat alles wat het leven boeiend en ook verdrietig maakt in die onvergetelijke uren samenkwam.
In die zin is sport een leerschool van het leven. En dan maakt het niet uit of het je eigen kinderen en kleinkinderen zijn. De meeste spelers zie ik drie keer per week en zijn geen familie van me. En toch geven ze betekenis aan mijn leven, omdat we met elkaar iets hebben gerealiseerd dat iedereen voor onmogelijk hield: kampioen worden met een uitgekleed team. Drie goede spelers waren vertrokken. We werden een minder goed team en pakten toch de titel. Omdat de jongens streden voor iedere meter en elkaars zwakte compenseerden met inzet, opofferingsgezindheid en teamgeest. Zo kon het wonder gebeuren.
Ik denk er vaak aan terug, ook omdat ik nog geregeld langs dat veld rijd en omdat ik dit jaar weer spelers heb verloren en daardoor vaak verlies. En toch blijf ik genieten, kinderen die op een normale manier aan sport doen leren alles over het leven: dat je na een titel opnieuw moet beginnen, dat je tegenslag kunt hebben, dat je daarmee moet leren leven en dat je eigenlijk niets te zeggen hebt in het bestaan.
Ik leer intussen nog steeds mee, zeker nu we met de twaalfjarigen op een groot veld spelen en nog meer verliezen. Ik leer vooral dat kinderen vragen om aandacht en tijd van jou als begeleider. Mijn leven gaat langs de lijn een stuk trager, mijn bestaan wordt daar rijker van.
Zaterdagochtend is en blijft zo de mooiste tijd van de week omdat ik les krijg van de kinderen: in winst en verlies, in voorspoed en tegenspoed, in opkomen voor de ander en inzet voor het team. En in juichen voor drie treffers als we andermaal verliezen. Eerlijk is eerlijk, het hardst heb ik gejuicht bij de wonderschone goal van mijn kleinzoon. Hij liep van vreugde het halve veld over, terwijl hij wist dat hij ging verliezen. Dat maakt sport zo mooi, juichen bij een nederlaag.
Reageren? Dat kan via mailbox@kromagazine.nl of Postbus 580, 1200 AN Hilversum