Leo Fijen was tot november 2019 hoofdredacteur Levensbeschouwing bij KRO-NCRV. Daarna is hij deels met pensioen gegaan en zal hij als presentator aanblijven en adviezen geven aan de directie op het gebied van levensbeschouwing. In KRO Magazine schrijft hij wekelijks een column over zaken die hem opvallen of bezighouden.
Waar ben je? Wat doe je? Denk je nog wel eens aan me? Die vragen lees ik in een boek bij de herinneringsboom van de Abdij van Egmond. Nabestaanden kunnen in dat boek zelf het woord nemen en hun hart delen met hun dierbare overledenen.
Honderden mensen hebben in dat boek hun liefde gedeeld met hun gestorven vader of moeder, hun pas overleden dochter of zoon. Als je dierbaren er niet meer zijn, waar gaan zij dan verder? Dat is de vraag na Hemelvaart.
Als Jezus opstijgt naar de hemel, waar is Hij dan en hoe ziet die hemel bij God de Vader er dan uit? Heel vaak blijkt uit onderzoeken – ieder jaar weer – dat Nederlanders niet meer in de hemel geloven en dus ook hun vragen hebben bij een leven door de dood heen.
Wanneer ik door het boek met hartenkreten blader, lees ik een andere realiteit: ze missen hun dierbaren intens maar weten zeker dat ze voortleven, in de nabestaanden, bij God of in de zon die je gezicht streelt na een hele ochtend regen. Sommigen ervaren hun dierbare doden in de communie wanneer de gestorven Christus ook in jou opnieuw tot leven komt en je vader of moeder weer doet leven.
De meeste hartenkreten weten ook nog iets anders zeker: dat ze elkaar weer gaan zien. In dat boek met ontroerende verhalen wordt iedere dag geschreven en zo komt de hemel in Egmond bij de herinneringsboom steeds dichterbij. ‘Jullie zijn niet dood. Dat ervaren wij. Dat gebeurt pas als wij jullie zijn vergeten en jullie naam niet meer noemen’, lees ik ook. Daarom liggen er tientallen witte steentjes met de naam van de dierbaren daarop.
De hemel heeft dus ook onderhoud nodig door de namen te blijven noemen en door te bidden. ‘Als je bidt gaat de deur van de hemel steeds een beetje verder open’, schrijft een andere nabestaande. Zo ben je ver weg en toch heel dichtbij.
Misschien is dat wel een goede typering van de hemel: ver weg en toch dichtbij, gedragen door slechts één taal, die van de liefde. Die kent geen tijd, slechts eeuwigheid. Die liefde blijft voor altijd in deze prachtige woorden: ‘We waren hier eerder, hand in hand. Nu ben ik hier alleen en zijn we hart in hart’.
Reageren? Dat kan via mailbox@kromagazine.nl of Postbus 23200, 1202 ED Hilversum